Samenvatting — Belgische wetgeving
Samenvatting — Hoofdstuk 15: De Belgische wetgeving voor radioamateurs
Samenvatting van UBA HAREC-handboek, hoofdstuk 15 (bijlage, versie 2021-09). Bron: Wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie en het Koninklijk Besluit van 18 december 2009 betreffende de private radiocommunicatie (laatste relevante wijziging 14 december 2018).
De examenmaterie is identiek voor het HAREC-, Novice- en basisvergunningexamen. Deze stof komt grotendeels neer op van buiten leren.
Regelgevingshiërarchie
Van hoog naar laag: Wet → Koninklijk Besluit (KB) → Ministerieel Besluit (MB) → besluiten van de Raad van het BIPT. Een lagere wetgeving mag nooit in tegenspraak zijn met een hogere. In de wet/KB wordt soms verwezen naar de Koning, een minister of een administratie (het BIPT) om verdere wetgeving te bepalen.
Het BIPT = Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.
Deel A — Wet van 13 juni 2005 (elektronische communicatie)
Art. 2 — Definities
- Radiogolven / hertzgolven: elektromagnetische golven die zich zonder kunstmatige geleider in de ruimte voortplanten met een frequentie onder 3000 GHz.
- Radiofrequenties: de frequenties van radiogolven. Radiospectrum: het geheel ervan.
- Radiocommunicatie: elke overbrenging van inlichtingen van alle aard via radiogolven.
- Zendtoestel / zend- en ontvangtoestel / ontvangtoestel: generator en/of ontvanger van elektromagnetische trillingen, gebouwd om radiocommunicatie uit te zenden en/of te ontvangen.
- Radiostation: het geheel van zend-/ontvangtoestel, verbonden antennes én alle onderdelen die nodig zijn om het geheel te laten functioneren.
- Schadelijke storing: storing die een radionavigatie- of veiligheidsdienst in gevaar brengt, of die een correct werkende radiocommunicatie-/omroepdienst ernstig verslechtert, hindert of herhaaldelijk onderbreekt. De bron kan een ander radiostation of een (huishoud)toestel zijn. Storingen ván (huishoud)toestellen dóór een radiostation vallen niet onder deze definitie.
Art. 13 — Taken van het BIPT (Instituut)
Het BIPT is belast met: beheer van het radiofrequentiespectrum, onderzoek van aanvragen, coördinatie (nationaal en internationaal) en controle op het gebruik van de frequenties. Het publiceert o.a. een frequentietabel met de toegelaten frequenties per vergunningstype en controleert het spectrum inclusief de amateurbanden.
Art. 13/1 — Vergunningsplicht
Niemand mag een zend- of ontvangtoestel houden, of een station aanleggen en doen werken, zonder een schriftelijke vergunning (art. 39) of een gebruiksrecht (art. 18). Niet alleen het gebruiken, maar ook het houden (bezitten, huren, in leen hebben) vereist een vergunning — behalve toestellen waarvoor dit uitdrukkelijk niet vereist is (omroepontvangers, bepaalde afstandsbedieningen, draadloze microfoons, CB, PMR446).
Art. 15 — Storingsverbod
Het is verboden schadelijke storing te veroorzaken. Het BIPT onderzoekt storingen op eigen initiatief of na klacht en legt passende maatregelen op (bv. vermogensbeperking, of de gestoorde persoon opdragen filters te plaatsen). De kosten komen ten laste van de verantwoordelijke gebruiker.
Art. 32 — Essentiële eisen & CE-markering
Radioapparatuur mag slechts gehouden/gecommercialiseerd/ingevoerd worden indien ze voldoet aan de essentiële eisen: bescherming van gezondheid & veiligheid, elektromagnetische compatibiliteit (EMC), en doeltreffend gebruik van het spectrum zonder schadelijke interferentie. De apparatuur moet een CE-merkteken dragen en vergezeld zijn van de nodige gebruiksinformatie.
Art. 33 — Verboden apparatuur
Verboden te houden/gebruiken: apparatuur waarvan het gebruik onverenigbaar is met bepaalde wets- en strafwetsartikelen, en radioapparatuur die schadelijke storingen veroorzaakt. Er gelden uitzonderingen voor krijgsmacht, federale politie, inlichtingendiensten enz.
Art. 34 — Vrijstelling van art. 32 voor radioamateurs
Art. 32 (essentiële eisen/CE) is niet van toepassing op de door radioamateurs — houders van de hoogste vergunning — gebruikte apparatuur, indien deze niet op de markt wordt aangeboden:
- radiobouwpakketten (kits) voor montage en gebruik door radioamateurs;
- radioapparatuur door radioamateurs omgebouwd voor eigen gebruik;
- apparatuur door radioamateurs zelf gebouwd voor wetenschappelijke/experimentele doeleinden.
➜ Enkel houders van een klasse A-bedieningscertificaat (HAREC) mogen zelf apparatuur bouwen en bestaande apparatuur ombouwen.
Art. 35 — Correct gebruik
(Commerciële) apparatuur moet worden geïnstalleerd, onderhouden en bediend volgens de handleiding, inclusief eventuele voorschriften over de te gebruiken frequenties.
Art. 37 — Oude commerciële toestellen
Commerciële toestellen die vóór 13 juni 2017 in de handel werden gebracht (dus van vóór de CE-markering) mogen enkel gebruikt worden als ze een "RTT- of BIPT-typekeuringsnummer" dragen.
Art. 39 — Vergunningen & examens
- §2: de Koning bepaalt (na advies BIPT) de algemene regels voor toekenning, schorsing en intrekking van vergunningen. Vergunningen zijn persoonlijk en kunnen worden ingetrokken.
- §5: de Koning kan het slagen voor een examen opleggen; het BIPT bepaalt de examenleerstof en de wijze waarop de examens worden afgenomen.
Art. 40 — Technische voorschriften
Het BIPT mag technische en administratieve voorschriften uitvaardigen (bv. de meetmethode voor het vermogen van een zender).
Art. 41 — Verboden handelingen (noodseinen & afluisteren)
- Men mag geen valse of bedrieglijke alarm-, spoed- of noodseinen uitzenden.
- Men mag niet luisteren (of proberen te luisteren) naar radiocommunicatie die niet voor u bestemd is (politie, brandweer, …). Enkel collectieve frequenties (radio-omroep, CB, de amateurbanden) mogen beluisterd worden. Onopzettelijk ontvangen berichten mogen niet worden weergegeven, meegedeeld, gebruikt, en zelfs hun bestaan mag niet bekendgemaakt worden.
Art. 42 — Verkoop-aangifteplicht
Wie een vergunningsplichtig zend- of ontvangtoestel verkoopt, verhuurt, in leen geeft of schenkt moet:
- nagaan of de koper de nodige vergunning heeft (§1);
- hiervan aangifte doen bij het BIPT (§2), met vermelding van: aard en datum van de verrichting, naam/voornaam of firmanaam en adres van de verkrijger, en het nummer van de vergunning (§3);
- zich van de juistheid van die gegevens vergewissen (§4).
Art. 43-44 — Rechten & noodmaatregelen
- Art. 43: de Koning bepaalt de rechten (dossier, examens, controle, terbeschikkingstelling van frequenties) die aan het BIPT betaald worden.
- Art. 44: wanneer de openbare veiligheid of de verdediging het vergt, mag de Koning het houden of gebruik van zendtoestellen geheel/gedeeltelijk verbieden (zonder vergoeding).
Art. 145 — Straffen
- Overtreding van o.a. art. 15, 32, 33, 35, 41, 42 → geldboete van 50 tot 50 000 EUR.
- Overtreding van art. 13/1 §1 → geldboete 200-2 000 EUR en/of gevangenisstraf 8 dagen–1 jaar.
- §4 — Verbeurdverklaring: bij overtreding van art. 32, 33, 35 of 37 wordt het toestel altijd verbeurd verklaard (onherroepelijk afgenomen).
Deel B — KB van 18 december 2009 (private radiocommunicatie)
Art. 1 — Definities
- Vast radiostation: bestendig op een bepaalde plaats opgesteld.
- Transportabel: verplaatsbaar, maar enkel bruikbaar wanneer het stilstaat.
- Mobiel: ingebouwd in een voertuig, bruikbaar in beweging of stilstaand.
- Draagbaar: los van een voertuig, bruikbaar in beweging of stilstaand.
- Zendinstallatie: het geheel gekoppeld aan de ingang van de antennekabel (zendtoestel + eventuele filters, verzwakkers, splitters, caviteiten, …).
- Uitgangsvermogen van de zendinstallatie: gemiddeld vermogen van de niet-gemoduleerde draaggolf, beschikbaar aan de uitgang van de zendinstallatie.
- Vermogen afgeleverd aan de antenne: idem, aan de ingang van de antenne.
- Effectief uitgestraald vermogen (ERP): vermogen aan de antenne × antennewinst t.o.v. een dipoolantenne.
- Equivalent isotroop uitgestraald vermogen (EIRP): idem, maar t.o.v. een isotrope antenne.
- Roepnaam: combinatie van letters (en cijfers) die een radiostation of gebruiker identificeert.
- Frequentiesoorten: exclusief (één houder), gemeenschappelijk (meerdere houders, rekening houdend met bezettingsdichtheid), collectief (meerdere houders, zonder rekening te houden met de dichtheid).
- Op storingsvrije en onbeschermde basis: mag geen storing veroorzaken én kan geen bescherming tegen storing claimen.
- CEPT = Europese Conferentie van administraties van Posterijen en Telecommunicatie.
Art. 3 — Vrijstelling van vergunning
De radiostations in bijlage 2 behoeven geen vergunning. Voor radioamateurs betreft dit stations van in het buitenland wonende radioamateurs die minder dan 3 maanden in België verblijven, mits een buitenlandse vergunning conform CEPT-aanbeveling T/R 61-01 of ERC-aanbeveling (05)06.
Art. 4 — Categorieën — radioamateurs = 5e categorie
Vergunde stations/netten worden ingedeeld in categorieën. De 5e categorie = private radiostations voor individuele opleiding, technische berichtenwisseling en studies, gebruikt door radioamateurs.
Art. 5 — Technische voorschriften
Alle toestellen moeten voldoen aan de technische voorschriften die het BIPT oplegt en op zijn website publiceert. Het BIPT kan maatregelen opleggen om niet-essentiële uitstralingen te beperken (zonder recht op schadevergoeding).
Art. 5/1 — Vergunningaanvraag & leeftijd
- Wie een station wil houden/gebruiken dient een voorafgaande aanvraag bij het BIPT in.
- Vergunningen worden verleend aan natuurlijke personen ouder dan 18 jaar of aan rechtspersonen; voor een station van de 5e categorie volstaat ouder dan 12 jaar.
Art. 5/2 — Onverwacht bezit
Wie onverwacht in het bezit komt van een station zonder gemachtigd te zijn, heeft maximaal 60 dagen om een vergunning aan te vragen.
Art. 6 — Onderzoek van de aanvraag
Het BIPT onderzoekt de aanvraag en bepaalt de categorie. Een tijdelijke vergunning voor beproeving en voorlopig houden is mogelijk (niet onderworpen aan het jaarlijks recht).
Art. 6/1 — Toekenning van roepnamen
Het BIPT kent een roepnaam toe o.a. per houder van een bedieningscertificaat van de 5e categorie. Het BIPT bepaalt de samenstelling volgens de internationale regels en kan een roepnaam op elk moment wijzigen (zonder schadeloosstelling).
Art. 6/2 — Weigering
Het BIPT kan een aanvraag afwijzen bij eerdere schorsing/intrekking, niet-betaalde bedragen, of een aanvraag ingediend minder dan twee werkdagen vóór de gewenste gebruiksdatum.
Art. 7 — Niet overdraagbaar
De vergunning is niet overdraagbaar. Bij opzegging brengt de houder het BIPT op de hoogte.
Art. 8-9 — Verplichtingen van de vergunninghouder
- De houder neemt alle vergunningsvoorwaarden in acht (art. 8 §1).
- De vergunning bevindt zich bestendig bij (of op) elk station en wordt op verzoek van de controleoverheden onmiddellijk in origineel getoond. Een kopie is zonder waarde zonder schriftelijk akkoord van het BIPT. Bij verlies/diefstal/beschadiging: aangifte bij het BIPT, dat de vergunning vervangt (art. 8 §3).
- De houder moet o.a. onbevoegd gebruik voorkomen, verantwoordelijkheid dragen voor elk gebruik, nagaan dat de gebruiker een passend bedieningscertificaat heeft, en de uitzendingen kunnen stoppen op verzoek van de controleoverheden (art. 9 §1).
- De gebruiker geeft voorrang aan diensten met primaire status op frequenties waar de amateurdienst secundair is (art. 9 §2).
Art. 10-11 — Schorsing & intrekking
Het BIPT kan een vergunning op elk ogenblik schorsen of intrekken, o.a. bij niet-naleving van de voorwaarden, weigering om storingen op te heffen, niet-betaling, of het inpalmen van een gemeenschappelijke/collectieve frequentie ten nadele van anderen (art. 10). Onrechtmatig gebruik, zelfs door een derde, leidt tot onmiddellijke intrekking (art. 11).
Art. 12-13 — Gebruiksbeperkingen
Verboden: berichten uitzenden die geen verband houden met de toegestane activiteiten, reclame uitzenden, of het station buiten zijn kenmerkende staat gebruiken (art. 12). Geen wijziging aan structuur/karakteristieken van een vergund net zonder aanpassing van de vergunning (art. 13).
Art. 17 — Geen communicatie voor derden
Het is verboden radiocommunicatie voor rekening of ten voordele van derden uit te zenden of te ontvangen (het BIPT kan afwijkingen toestaan).
Art. 17/1 — Bedieningscertificaten (klassen)
- Gebruik van een station van de 4e, 5e of 6e categorie vereist het gepaste bedieningscertificaat.
- Een bedieningscertificaat is 5 jaar geldig (verlengbaar).
- Klassen voor de 5e categorie:
- Klasse A = het geharmoniseerde HAREC-certificaat (CEPT T/R 61-02) — de hoogste vergunning (art. 34, 2° van de wet);
- Klasse B = beginnerscertificaat (CEPT ECC (05)06);
- Klasse C = basiscertificaat/instapniveau (ECC-rapport 89).
- Het certificaat wordt afgegeven aan een persoon ouder dan 12 jaar op basis van: een geslaagd BIPT-examen, een geslaagd buitenlands examen, of een Belgische vergunning 5e cat. vóór 1 jan 2019.
Art. 17/2 — Examens
Het BIPT organiseert de examens (kan zich laten bijstaan door erkende radioamateurverenigingen), stelt het examenreglement vast en publiceert het.
- Minimumleeftijd deelname 5e categorie: 12 jaar.
- Er wordt geen vrijstelling van examenstof verleend.
- Voor mindervaliden kan een aangepast examen (eventueel ten huize) worden georganiseerd, mits bewijs van verminderde zelfredzaamheid met ten minste 12 punten of een geneeskundig attest.
Art. 17/3 — Herkansing & bedrog
- Wie zakt mag zich na één maand opnieuw inschrijven voor hetzelfde examen.
- Bij bedrog wordt het examen nietig verklaard en mag de kandidaat 3 jaar geen BIPT-examen afleggen; alle op dat examen gebaseerde certificaten/vergunningen worden ingetrokken.
Art. 17/4 — Erkende radioamateurverenigingen
Het BIPT erkent een VZW als radioamateurvereniging bij o.a.: statutair doel = bevordering van de 5e categorie; vaste stations in ≥5 provincies (of 4 + Brussels Gewest); organisatie van alle opleidingen (toegankelijk zonder lidmaatschap); ≥2 gevolmachtigden met klasse A. De verenigingen mogen morsecode-toetsen organiseren.
Art. 17/5 — Vergunning 5e categorie
De aanvrager is voorafgaand houder van een passend bedieningscertificaat. Een aanvraag kan een vast + mobiel + draagbaar station dekken. Een op afstand bediend station is enkel toegelaten voor klasse A (gebruik vanaf Belgisch grondgebied). Onbemande stations die een signaal heruitzenden/continu uitzenden zonder gebruiker zijn niet toegelaten, behalve APRS.
Art. 17/6 — Rechtspersonen & onbemande stations
Een aanvraag namens een rechtspersoon wordt ingediend door een erkende vereniging of radioclub (VZW) met ≥2 gevolmachtigden klasse A. Een onbemand station moet gratis toegankelijk zijn voor elke houder van een certificaat 5e cat.; de technische toegangsnormen staan gratis op de BIPT-website. Een vereniging mag haar vast station maximaal één week verplaatsen voor een wedstrijd/collectieve activiteit (na melding, zonder aanpassing van de vergunning).
Art. 17/7 — Toegelaten inhoud & noodcommunicatie
Het station 5e cat. dient voor uitzending in duidelijke taal over technische onderzoekingen en verwante onderwerpen. Uitzonderingen (geëncrypteerde/gecodeerde berichten, communicatie over noodonderwerpen) zijn mogelijk voor beheer van automatische/remote stations, tijdens oefeningen van een Belgische nooddienst, en bij bijstand aan de nooddiensten op verzoek van de crisisbeheerautoriteiten.
Art. 17/8 — Roepnaam & identificatie
- Men gebruikt de roepnaam verbonden aan het bedieningscertificaat of aan de vergunning van het gebruikte station.
- In telefonie wordt de roepnaam duidelijk uitgesproken en indien nodig gespeld met het internationale (fonetische) alfabet; in telegrafie in morse op de gebruikte snelheid.
- De roepnaam wordt minstens aan het begin en aan het einde van elke uitzending uitgezonden en minstens om de 5 minuten herhaald.
Art. 18-20 — Frequentietoewijzing
Het BIPT wijst frequenties toe volgens volgorde van ontvangst, noodzaak en beschikbaarheid (art. 18). Exclusieve frequenties → hoge dienstkwaliteit; gemeenschappelijke → normale; collectieve → geen bepaalde dienstkwaliteit (art. 19). Gebruikers van een gemeenschappelijke/ collectieve frequentie moeten hun uitzendingsduur en overbodige commentaar beperken. Een toegewezen frequentie kan door het BIPT worden teruggenomen of vervangen (art. 20).
Art. 35 — Dossierrecht
Een dossierrecht (studiekosten van het dossier) is verschuldigd voor o.a.: inschrijving voor een examen, aanvraag/wijziging van een bedieningscertificaat, aanvraag van een vergunning/gebruiksrecht of houdersvergunning. Bedragen staan in bijlage 1. Een wijziging kost de helft van het dossierrecht.
- Aanvraag < 20 werkdagen vóór indienststelling → dossierrecht verdubbeld; < 5 werkdagen → vervijfvoudigd (voor tijdelijke vergunningen: 5 resp. 2 werkdagen).
- Bij intrekking van de aanvraag of opzegging blijven de dossierrechten verschuldigd.
Art. 36 — Vrijstelling dossierrecht
Vrijgesteld van het dossierrecht (voor individuele stations 5e cat.): 65-plussers, minderjarigen, en personen met een verminderde zelfredzaamheid van ≥12 punten of een verminderd verdienvermogen tot een derde of minder (op vertoon van een attest).
Art. 37 — Jaarlijks recht
Naast het dossierrecht betalen vergunning-/gebruiksrechthouders een jaarlijks recht voor de terbeschikkingstelling van frequenties en om de controle- en toezichtkosten te dekken (bijlage 1). Bij meerdere categorieën zijn de rechten per categorie verschuldigd.
Art. 41-43 — Betaling & buitendienststelling
- Stations in dienst op 1 januari → recht voor het hele jaar; te betalen binnen 30 dagen na ontvangst factuur. In de loop van het jaar in dienst → pro rata (minimum 30 dagen) (art. 41).
- Tijdelijke vergunning → recht pro rata de geldigheidsduur (minimum 30 dagen) (art. 42).
- Buitendienststelling is effectief op de datum waarop de vergunning wordt opgezegd; het BIPT stelt een creditnota op (minimum 30 dagen blijft verschuldigd) (art. 43).
Art. 44 — Indexering
De bedragen worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen (referentie: oktober 2006).
Art. 46-48 — Houdersvergunning
Private houders van vergunningsplichtige toestellen kunnen een houdersvergunning krijgen voor het houden van hun toestellen (art. 46). Deze dekt het gebruik niet (art. 47). Ze kan worden geschorst/ingetrokken bij niet-naleving, verboden gebruik, niet-betaling of niet-nakomen van de aangifteplicht (art. 48).
Art. 49 — Aangifteplicht handelaars
Constructeurs, invoerders, verkopers en verhuurders van vergunningsplichtige toestellen doen maandelijks aangifte (samenvattende staat, binnen de eerste 10 dagen van de volgende maand). Wie toevallig verkoopt/verhuurt/schenkt doet aangifte binnen 10 dagen na de verrichting.
Art. 50/1-52 — Controle & storingen
- Het BIPT gebruikt de meetapparatuur en algemeen aanvaarde methodes die het geschikt acht. Elke houder/gebruiker verschaft de controlediensten toegang tot zijn stations en vergemakkelijkt hun taak (art. 50/1).
- Bij een slecht geregeld/defect station dat storingen veroorzaakt, moet de houder op eenvoudig verzoek de storende uitzendingen schorsen. Zo niet, kan het BIPT een termijn van maximaal 30 dagen toekennen, en bij gebreke daarvan het station buiten werking stellen (art. 51).
- Klachten over storingen worden bij het BIPT ingediend, dat de gegrondheid onderzoekt en passende maatregelen voorschrijft; de verantwoordelijke gebruiker draagt de herstelkosten (art. 52).
Samenvatting van termijnen
- Constructeurs, verhuurders en verkopers moeten maandelijks binnen de eerste 10 dagen aangifte doen bij het BIPT.
- Iemand die per ongeluk een vergunningsplichtig toestel verkoopt moet binnen de 10 dagen aangifte hiervan doen bij het BIPT.
- Als je niet slaagt voor het examen moet je 1 maand wachten om je opnieuw in te schrijven
- Bij bedrog tijdens het examen moet je 3 jaar wachten om je opnieuw in te schrijven
- Verplaatsen van een radiostation mag maximaal 1 week zonder een vergunning aan te vragen
- Als je onverwacht in bezit komt van een toestel heb je 60 dagen om dit in orde te maken
- Indien je minder dan 20 dagen op voorhand het dossierrecht indient dan wordt dit verdubbeld
- Binnen 30 dagen dien je de factuur te betalen voor het jaarlijks recht
- Maximum termijn om een storend station in orde te maken is 30 dagen
Belangrijk
- Je moet een vergunning hebben om een toestel aan te kopen
- De koper moet geen aangifte doen als hij een toestel koopt, deze verantwoordelijkheid ligt bij de verkoper. De verkoper moet steeds aangifte doen indien hij verkoopt.